Meteen nadat de verkiezingsuitslag bekend was, nam het CDA- als grootste partij - het initiatief om een nieuwe coalitie te vormen. Het was duidelijk dat CDA en Essentie samen de grootst mogelijke meerderheid met 2 partijen konden vormen. De eerste gesprekken werden dus door deze partijen gevoerd. De onderhandelingsteams o.l.v. Leon Litjens en Freek Selen bereikten vrij snel overeenstemming over een ambitieprogramma.

Nadat dit document was vastgesteld werd het aan de andere partijen gezonden met de vraag erop te reageren en aan te geven welke positieve en negatieve elementen zij erin zagen. Op basis van gesprekken hierover werd er gezocht naar verbreding van de coalitie met de partner die de meeste raakvlakken en de minste breekpunten zou opleveren. De reden om te zoeken naar een brede coalitie lag in het creëren van een zo groot mogelijk draagvlak, en het komen tot een college waarin discussie vanaf de basis gevoerd zou kunnen worden om zo te komen tot zorgvuldig beleid.

Deze gesprekken leidden ertoe dat de PvdA als derde partij aanschoof, en in overleg haar opmerkingen in het ambitiedocument kon verwerken. Tot slot volgden de onderhandelingen over de grootte en de samenstelling van het college, en de portefeuilleverdeling. Uitgangspunt hierbij was dat er een evenwicht gezocht moest worden tussen verkiezingsuitslag, soberheid en efficiëntie. In tijden van bezuiniging moet de overheid zelf het goede voorbeeld geven. Vandaar dat er 1,25 FTE werd gespaard. Het CDA kreeg 2,5 FTE (Leon Litjens 1, Loes Wijnhoven 0,7 en Ger van Rensch 0,8; Essentie 1 (Freek Selen) en de PvdA 0,75 (Birgit op de Laak).

Leon Litjens (Klik voor een grote weergave)



zaterdag 31 juli 2010

Coalitieakkoord bereikt