De CDA-fractie kan zich de ongerustheid met betrekking tot een aantal komende ontwikkelingen  die in Grubbenvorst en omgeving ontstaan is, goed voorstellen. Daarom deze toelichting.

Voor grote projecten is een zogenaamde Milieu Effect Rapportage (MER) wettelijk verplicht. Het vaststellen van de richtlijnen voor de MER voor de Centrale Verwerkingsinstallatie Zandmaas stond onlangs op de agenda van de gemeenteraadsvergaderingen.

Hoe verloopt deze procedure nu verder ?

Door de initiatiefnemer van een project wordt een startnotitie opgesteld. De publicatie van deze startnotitie vormt het begin van de inspraakprocedure. Tijdens deze periode kan iedereen zijn of haar opmerkingen, bezwaren e.d. kenbaar maken.

Daarnaast wordt advies gevraagd aan de Commissie voor de Milieu Effect Rapportage. Dit is een onafhankelijke commissie die de bevoegde instantie - in dit geval het gemeentebestuur - adviseert over de kwaliteit van het uiteindelijke rapport. In dit advies zijn alle reacties op de startnotitie meegenomen. De commissie heeft de beoogde locatie ter plekke bekeken. Vervolgens stelt de gemeenteraad de richtlijnen vast.

De raad heeft besloten om naast de adviesrichtlijnen van de commissie ook nog het effect op de vertroebeling van het oppervlaktewater in de omgeving en het effect op de waterstanden van de Maas toe te voegen.

De initiatiefnemer van het project, CVI Haven Raaieinde B.V., is verplicht om in het rapport op alle richtlijnen in te gaan en is verantwoordelijk voor de uiteindelijke opstelling. Het gemeentebestuur beslist pas of de aanvraag in behandeling wordt genomen nadat het definitieve rapport is ingediend. Ook nu bestaat er weer voor iedereen de mogelijkheid om opmerkingen, bezwaren e.d. in een inspraakprocedure kenbaar te maken.

Voor meer informatie over de procedure kunt u terecht op www.vrom.nl.

Namens de CDA-fractie,

Heleen Cuijpers-Buskes, voorzitter



donderdag 9 februari 2012

Ontwikkelingen rondom Grubbenvorst